maandag 25 juli 2011

James

Uiteindelijk had ik maar besloten Sirius alleen te laten. Want hij zat er echt mee. en ik kon maar niet bedenken wat ik er tegen kon doen. Waar ik hem mee kon helpen. Misschien kon iets vinden om hem op te beuren in de bibliotheek. Misschien kon ik de laatste dingen van de Marauders Map in elkaar zetten. Hij was dan wel af maar hij was nog niet zo speciaal. Ik liep de trap af van de toren en ging drie verdiepingen naar beneden. En liep richting de bibliotheek. Ik liep maar te bedenken waarmee ik Sirius wat kon opvrolijken. Misschien moest ik gewoon met Emma gaan praten. Als ik dood wou was dat een goed idee. En ik liep de bibliotheek in en liep tussen de stellages door. Opzoek naar iets. Ik pakte verscheidene boeken en ging aan een tafel zitten. Ik hoorde opeens een stel lachen en ondanks dat ik geen bibliotheek ganger was kon ik me er nu al aan irriteren. Ik keek op en schrok me een ongeluk. Secretus! Met Lily? Het was niet te geloven. Afgelopen dagen had het eruit gezien alsof ze een hekel aan hem had. Hij had haar een modderbloedje genoemd. Daarom had ik hem ook aan zijn enkel gehangen maar het ging om het idee. Ik baalde mijn vuisten en keek weg van die twee naar het boek dat ik aan het lezen was. Ik moest me echt inhouden om niet mijn staf te trekken en hem aan zijn enkel te hangen. Ik moest me concentreren. Sirius. Ik zocht iets voor Sirius. Ik begon maar de boeken open te leggen en dingen te lezen. Misschien. Misschien was het leuk om mensen in te voeren in de kaart. Dat je kon zien waar ze liepen! En dan zo dat geen vermomming hielp! Ik bleef de lach van Secretus en Lily in mijn oren horen. misschien ook omdat ze door lachten. Dat wist ik niet. Ik lette er niet op maar ik voelde me zo jaloers. Ik dacht dat het goed ging. Blijkbaar dus niet. Ik was nog steeds ver buitenspel. Ze was vast keihard verliefd op hem. En ik maakte geen enkele kans. Ik keek naar mijn gebalde vuisten en hoe ze trilden. Voelde me zo verslagen. Sirius zat met het idee dat Emma hem nooit leuk zou vinden. En ik maakte nooit een kans. Al deze zes jaar al niet. En Remus wou geen liefde. Kon ik me voorstellen. Wat ik jammer voor hem vond. Hij was een leuke jongen. Zelfs in weerwolf vorm als hij maar zijn wolfsworteldrank had gehad. Ik hoorde ze weer lachen en pakte de boeken die ik dacht nodig te hebben en liep met een dreunend geluid van mijn schoenen de bibliotheek weer uit. Ik zal naar Anderling gaan. Om het veld te reserveren voor ik dat weer vergat.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten