maandag 18 juli 2011

Lily

Ik was ontzettend geschrokken toen Emma naar beneden was gevallen. En ik vond het verschrikkelijk dat ik niet snel had kunnen reageren met een spreuk. Gelukkig had Sirius dat wel gedaan. Ik had nooit gedacht dat ik het nog een keer zou zeggen, maar wat een geluk dat hij en Potter in de buurt waren geweest. Nu stond ik naast Emma, die Sirius aan het bedanken was. 'Echt een geluk dat jullie in de buurt waren. Bedankt.' wist ik er met een glimlach uit te persen. Ik zag dat Sirius me even verbaasd aankeek. 'Geen.. probleem.' zei hij toen verbijsterd. Potter bleef me maar aankijken, en ik gunde hem dus ook maar even een glimlachje. Misschien moest ik minder streng tegen ze zijn. Het waren ook maar jongens.. En zelfs ik kon zien dat ze best een beetje veranderd waren sinds vorig jaar. Ze leken wel een beetje volwassen te worden ofzo.. Misschien moest ik mezelf over mijn afkeer heenzetten. Het bleef alleen nog wel een beetje lastig. Evanlyn stond naast me en keek nog steeds bezorgd naar Emma. 'Ik had nooit moeten aandringen dat je moest gaan vliegen. Stomme Zwadderaars ook.' zei ze voor de zoveelste keer. 'Eve, het geeft echt niet. Jij kon er niets aan doen.' hoorde ik Emma zeggen. Op dat moment kwam Remus aanlopen. 'Emma? Is alles okay? Ik hoorde het van een paar leerlingen toen ik langsliep. Heb je, je bezeerd?' vroeg hij met een bezorgde blik in zijn ogen. Emma glimlachte even zwakjes. 'Het gaat prima. Al was dat waarschijnlijk niet zo geweest als Sirius niet zo snel had gereageerd.' zei ze. Remus knikte even. Toen keek hij weer zakelijk. 'Hé jongens. Ik wil niet vervelend doen, maar de lessen zijn alweer begonnen. Ik denk dat we het beste naar binnen kunnen gaan.' zei hij. Ik keek even snel op mijn rooster. 'Verweer. We hebben Verweer nu.' zei ik toen. Dat hadden we allemaal samen. 'Laten we dan nu gaan.' zei James. Het schoolterrein was ondertussen verlaten. 'Ik moet mijn tas ook nog ophalen en mijn bezem terugbrengen.' zei Evanlyn en ik zag hoe ze op haar lip beet. 'Laten we dan nu opschieten, voordat we nog veel later komen. Kom op.' zei ik en ik begon in de richting van het kasteel te lopen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten