maandag 25 juli 2011

Lily

Was dat Potter? Ik kneep mijn ogen samen om het beter te zien. Daar aan dat tafeltje zat iemand die verdacht veel op James Potter leek. In de bibliotheek.. Dat was raar. Ik had niet zoveel tijd om erover na te denken, want Severus praatte alweer tegen me. Na een tijdje zag ik de figuur waarvan ik dacht dat het James was opstaan en hij liep met luide passen weg. Ik keek hem na en beet zonder te weten waarop op mijn lip. Maar niet veel later was ik alweer verwoed in gesprek met Severus over Tuinkabouters en dat ik vond dat ze maar op een gewelddadige manier in de rondte werden geslingerd. Nu werd het Madam Pince toch echt teveel en ze kwam woedend op ons af lopen. 'Eruit! Uit mijn bibliotheek! ERUIT!' gilde ze en ik keek haar geschrokken aan. 'Sorry.' piepte ik en samen met Severus liep ik de bibliotheek uit. Ik hield het boek tegen me aangedrukt. Het was best zwaar. Ik wist eigenlijk niet welke kant we opliepen, maar het was nog steeds erg gezellig. Het was lang geleden dat ik zulke fijne gesprekken had gevoerd. Ik had Severus eigenlijk best gemist. Hij was wel sinds het eerste jaar mijn vriend geweest. Op het begin zelfs mijn enige vriend. Ik wilde hem gewoon niet verliezen en ik gaf best veel om hem. Ik hoorde van veel mensen vaak dat hij een oogje op me had, maar dat was van mijn kant zeker niet zo. Ik kon van Severus houden als een vriend, maar meer ook niet. Na een tijdje waren we ergens blijven staan en ik keek om me heen. We stonden voor het portret van de Dikke Dame. 'Oh.. Zijn we hier al..' mompelde ik. 'Kennelijk wel.' zei Severus. Ik zag hoe hij naar de grond keek. Volgens mij zat het hem nog steeds wel eens dwars dat ik niet bij Zwadderich was ingedeeld. 'Goed. Dan ga ik maar.' zei ik en ik draaide me om, en liep naar het portret. 'Lily. Het spijt me. Het spijt me echt nog heel erg.' Ik draaide me meteen weer om naar Severus en ik zag hoe hij nu ook recht in mijn ogen keek. Ik kon zien dat hij het meende, dat het hem echt speet en dat vond ik zo fijn om te zien. Ik glimlachte. 'Dat weet ik toch wel. Maak je maar geen zorgen. Ik ben het alweer vergeten.' loog ik, omdat ik niet wilde dat hij zich er nog slechter om zou voelen. Ik liep naar hem toe en gaf hem een vriendschappelijke knuffel. Ik had het boek op de trapleuning gelegd. 'Ik heb je gemist.' hoorde ik in mijn oor. Ik glimlachte even en voelde hoe een traan in mijn oog opwelde. 'Ik jou ook, Sev. Ik heb jou ook gemist.' zei ik zachtjes en toen liet ik hem weer los. Ik pakte het boek en liep nu echt naar het portret toe. Severus liep de trap al af. We zwaaiden nog even naar elkaar en toen hij weg was zei ik het wachtwoord en klom ik door het portret gat. Ik veegde de traan die over mijn wang liep weg. Dit had zo ontzettend goed gevoeld dat ik er wel om kon janken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten