zondag 17 juli 2011
Sirius
Ik was samen met James bij het Zwerkbal veld weggelopen om maar pauze te gaan houden. James was best onder de indruk van Evanlyn's vliegkunsten en ook ik vond dat ze goed kon vliegen. Terwijl wij van het zwerkbalveld wegliepen, zag ik verschillende mensen er juist naar toe lopen. 'Wat moeten die nou daar?' zei ik verbaasd. James haalde zijn schouders op. 'Ik heb geen idee.. Zijn dat Zwadderaars?' Ik bleef even staan en keek even wat beter. Ik zag het groene op het gewaad. Geen twijfel mogelijk. 'Dit kan nooit goed zijn. Laten we gaan kijken.' zei ik, en ik was er al naartoe aan het lopen. James volgde me op de voet. Ik zag een bezem omhoog komen. Maar het was niet Evanlyn. Ik keek even naar James. 'Is dat.. Is dat Emma?' zei ik verbaasd. Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik dacht dat Emma helemaal niet kon vliegen.. Ik begon een beetje sneller te lopen. Het beviel me helemaal niet dat die Zwadderaars naar Emma waren komen kijken. Zwadderaars kijken namelijk nooit zomaar even. Precies op het moment dat we aankwamen en wat Zwadderaars aan de kant hadden geduwd hoorde ik iemand hard 'Stupefy!' roepen en zag ik hoe een rode lichtstraal naar Emma toe flitste. Ik hoorde hoe de Zwadderaar nog iets zei, maar ik kon niet verstaan wat die dan zei. Ik zag alleen hoe Emma zo goed mogelijk de spreuk probeerde te ontwijken, maar daardoor wel van haar bezem viel. Ik bevroor een moment. Ze was minstens zes meter in de lucht. Als ze viel.. Ik wilde niet eens weten wat er zou gebeuren als ze de grond zou raken. Ik pakte zo snel mogelijk mijn toverstok en wees op Emma. 'Aresto Momentum!' riep ik, ik probeerde mijn stem rustig te houden. Het zou niet goed genoeg werken als ik in paniek raakte. En het zou niet erg goed overkomen als ik stond te flippen. Emma viel nu een stuk langzamer en net voordat ze op de grond kwam bleef ze even hangen. Dat verzachtte alles een heel stuk. Het laatste stukje dat ze viel veroorzaakte geen schade. Ik haalde even opgelucht adem en zag hoe Evanlyn en Lily naar haar toe renden. Ik wendde me tot de Zwadderaars en kneep mijn ogen tot spleetjes. 'Welke idioot deed dat.' siste ik. Ik was ontzettend kwaad. Hoe kon je nou een spreuk afsturen op iemand op een bezem! Dat deed je gewoon niet! Niemand reageerde. 'Nou? Komt er nog wat van? Moet ik jullie soms allemaal vervloeken. KOMT ER NOU NOG WAT VAN?!' bulderde ik uiteindelijk. Het was doodstil op het terrein. Er waren zo te zien nog veel meer leerlingen bij gekomen. En toen zag ik het. Er bewoon iemand tussen de mensenmassa door, naar voren. Toen hij helemaal vooraan stond keek ik recht in zijn gezicht, dat ik tot mijn afschuw zo goed kende. De Prefect badge op zijn borst glinsterde trots. 'Wat is hier aan de hand?' vroeg mijn jongere broer Regulus. Ik keek hem minachtend aan. 'Dat zou ik je Zwadderaar vriendjes maar vragen. Iemand van hen behekste Emma Granger zodat ze van een bezem viel. Ik denk dat diegene gestraft moet worden, en ik denk ook dat je dat met me eens bent. Broertje.' Ik sprak het 'broertje' gedeelte nogal minachtend uit. Ik zag hoe Regulus naar me keek. Hooghartig. Alsof hij beter was dan dat ik was. Natuurlijk peperden mijn ouders hem dat ook dagelijks in. Natuurlijk was hij beter dan mij, ze verachten mij. Hun zoon die in Griffoendor kwam. Hoe verschrikkelijk was dat wel niet. Eerst leek het of Regulus nog iets wilde zeggen, maar kennelijk vond hij dat ik best wel gelijk had. Ik trok een mondhoek op en ik grijnsde grimmig. Regulus richtte zich tot de Zwadderaars. 'Kom op! Iedereen wegwezen hier. Nu!' Hij keek nog een keer over zijn schouder, naar mij, voordat hij zelf ook wegliep. Ik keek hem hoofdschuddend na. Wat was het toch ook een enorme meeloper.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten