donderdag 28 juli 2011

Lily

Ik had tot nu toe een geweldige avond gehad. Ik had soms een glimp opgevangen van Emma en Evanlyn, maar het grootste gedeelte van de tijd was ik met Severus en dansten en lachten we samen. Ik had een geweldige tijd. Na een tijdje gingen we wat de drinken halen en verlieten we de grote mensen massa die op de dansvloer stond. Bij de drankjes was het helemaal niet zo druk. Toen we allebei een koud glas pompoensap hadden gedronken en weer de dansvloer op wilden gaan, kregen we alleen onverwacht bezoek. 'Zo, Severus. Weer eens op stap met je oude vriendinnetje? Je verbaast me.' hoorde ik een stem hatelijk zeggen en ik draaide me vliegensvlug op. Tegenover me stonden Avery, Mulciber en Rosier. Ik slikte even. Ik was er altijd van overtuigd geweest dat zij de reden waren dat Severus was veranderd. Dat zij de reden waren dat Sev me een Modderbloedje had genoemd. En nu stonden ze daar. Voor mijn neus. Dit kon niets goeds betekenen. Ze waren duister, ik wist het zeker. Ze haalden gemene grapjes met mensen uit, vooral met de mensen die niet van zuiver tovenaarsbloed waren. Ik walgde van ze. 'Ach ga toch weg.' zei ik geïrriteerd en ik wilde Severus' hand pakken om hem mee te nemen naar de dansvloer. Weg van deze rotjongens. Maar hij bewoog zich niet. 'Hoe durf je tegen ons te praten, Evans.' siste Rosier. 'Vies modderbloedje.' voegde Mulciber hier nog aan toe. Ik keek ze met vuurspuwende ogen aan en hoopte eigenlijk dat Severus me te hulp zou schieten. Maar toen ik naar zijn gezicht keek, schrok ik enorm. Hij keek nogal wanhopig, maar ik kon ook uit zijn blik opmaken dat hij niet weg wilde lopen. Dat hij dat niet durfde. 'Sev, kom mee.' zei ik nog een keer. 'Sev, kom mee.' deed Avery op een zeurderige toon na. 'Kom op, Snape. Ga bij dat Modderbloedje vandaan. Straks raak je nog besmet.' zei Rosier met een serieus gezicht. Ik keek met grote ogen naar Severus. Hij keek me smekend en wanhopig aan. En deed toen een stap naar voren. Naar de jongens toe. Het voelde alsof ik bevroor van binnen en de tranen sprongen al in mijn ogen. 'Goed zo Severus.' zei Mulciber met een zelfvoldane grijns. Toen ik eindelijk weer woorden kon vinden, sprak ik op een angstaanjagend kalme toon. 'Ik dacht dat we weer vrienden konden zijn, Sev. Ik dacht echt dat het kon. Ik dacht dat je toch nog om me gaf. Dat je misschien niet veranderd was op de manier waarop ik eerst dacht dat je dat was. Ik wilde je nog een kans geven.' Ik slikte even. Ik wilde niet huilen. Niet nu. Maar ik kon niet voorkomen dat mijn stem uiteindelijk toch brak. 'Had ik maar geweten dat je die kans zo ontzettend zou verpesten.' Toen draaide ik me vastberaden om. De tranen liepen ondertussen al over mijn wangen. 'Lily.. Lily, wacht..' hoorde ik Severus smeken, toen ik weg liep. Ik zag niets meer. Mijn ogen waren vol met tranen. Ik liep tegen de tafel met drankjes aan en de grote kan viel om. Ik hoorde gelach achter me en ik begon te rennen. Ik moest hier vandaan. Ik dacht dat Severus mijn vriend was geweest. Ik had het echt gedacht. Maar ik had een grote fout gemaakt. Voor ik het wist was ik door de deur naar de hal gerend en waren er geen geluiden van het feest meer om me heen. Ik zakte hulpeloos op de marmeren trap neer en drukte mijn handen tegen mijn ogen waar ontzettend veel tranen uitstroomden. Ik snikte en ik maakte me zo klein mogelijk op de trap. Ik wilde dat niemand me kon zien. Dat niemand me ooit meer zou kunnen zien. Ik had het gevoel alsof ik niemand meer kon vertrouwen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten